Ik ben Agaath Schreuder en speel sinds 2017 hoorn in het BSO. Daarvoor heb ik in een veelheid aan orkesten gespeeld. Ik ben begonnen met bariton (soort kleine tuba) in het harmonieorkest van mijn middelbare school. Het was erg gezellig, repetitie op vrijdagmiddag, en we gingen jaarlijks op tournee naar het buitenland. Dat was de eerste keer wel een beproeving, ik logeerde als 11-jarige in een Deens gezin en sprak nog nauwelijks Engels. Na mijn eindexamen moest ik de gehuurde bariton inleveren bij school. Ik ben toen overgestapt op een eigen hoorn, zodat ik in een symfonieorkest kon meespelen.

Vooral tijdens mijn studie in Groningen heb ik veel gespeeld: Bragi, Mira, en de Harmonie. Hoogtepunt was 1983 met deelname aan het Nederlands Studenten Orkest en in de zomer het Ricciotti Ensemble. We maakten toen een tournee langs het IJsselmeer met drie woonschepen van musici, waaronder drie beroepsfagottisten, zodat je op een avond in Stavoren zomaar een fagotkwintet met 1 contrafagot kon horen spelen onder een lantaarnpaal bij de haven. Ook kreeg onze zangeres in Kampen na ons optreden in de winkelstraat een bos bloemen van een ontroerde vrouw, die nu voor het eerst een life optreden met opera aria’s had meegemaakt!

Daarna vertrok ik naar Amsterdam om te werken en heb ik nog in enkele orkesten gespeeld, tot ik in 2017, na een verhuizing naar Heiloo, bij het BSO terecht kwam. Het is een fijn orkest met een goede balans tussen uitdaging en gezelligheid.

Hoorn is een zeer uitdagend instrument, omdat je de meeste tonen met je lippen (lipspanning) maakt. Inzetten wil dan wel eens fout gaan en dat hoort de hele zaal!

Je moet dus wel over sterke zenuwen beschikken. En er tegen kunnen dat je wel eens een verkeerde noot speelt. Aan de andere kant is hoorn een heel dankbaar instrument. Je vormt vaak een mooie verbinding tussen allerlei andere instrumenten, al speel je ‘maar een paar lange noten’ en ook heb je zo nu en dan een uitdagende solo.

Agaath Schreuder