Een kleine geschiedenis

Ter gelegenheid van de viering van het eerste lustrum, d.d. 14 maart 1999, schreef Bert Aten een toespraak. Deze toespraak geeft de ontstaansgeschiedenis goed weer.

Toen ik begin 1994 het vriendelijke verzoek kreeg om in het Alkmaars Symfonie Orkest te komen spelen, brak een hevige tweestrijd in mij los. Ik zong (en deed dat graag) in een klein koor in Warmenhuizen, maar wilde eigenlijk ook weer eens iets met de viool gaan doen, zo onder het motto: “Als het er nu niet van komt, dan wordt het nooit meer wat!” Het dilemma waarvoor ik mij gesteld zag, was er niet geweest als koor en orkest niet op hetzelfde tijdstip hadden gerepeteerd. Vioolspelen en tegelijk zingen gaat niet samen, althans bij mij niet. Dus, moest er gekozen worden… óf koor, óf orkest.

Toen kwam één der koorleden, Hanjo Elzenga, met de suggestie om in Warmenhuizen zélf maar een orkest te gaan oprichten. (Kon ik viool spelen én blijven zingen.) Een dirigent was al snel gevonden. Via onder andere het conservatorium kwam hij in contact met ene Arno van Raaphorst die meteen enthousiast reageerde. Ik liet een oproep in de kranten verschijnen; belangstellenden meldden zich aan. We belegden een kennismakingsavond in de Oude Ursulakerk te Warmenhuizen. Het aantal aanmeldingen overtrof onze stoutste verwachting: maar liefst 45… waaronder teveel klarinettisten, 9 fluitisten en mensen met voor het orkest ongeschikte instrumenten.

We lieten de fluitisten diezelfde avond nog voorspelen, zodat er drie blij konden worden gemaakt met een plaats in het orkest. De andere instrumentalisten werden meteen aangenomen, zodat we konden starten met een groep van 25 personen.

Repetitieruimte vond ik in Krabbendam in het Trefpunt, het zaaltje naast de kerk aldaar. Orkestleden die de periode daar hebben meegemaakt zullen, net als ik, goede herinneringen hebben aan o.a. de voor ons gezette en ingeschonken koffie en de pauzes buiten in het gras in het zonnetje voor het gebouw. (Schommel, klimrek, zandbak?)

Op basis van een eenmalig project om te kijken hoe het zou gaan, gingen we aan de slag. We begonnen met het fluitconcert in D van Mozart, la Petite Suite van Debussy en de ouverture La Cenerentola van Rossini. Zoals de titel al doet vermoeden; wij vonden Rossini spelen knap lastig. Geen wonder echter, want hij heeft ooit eens gezegd: “Geef mij een waslijst en ik zet die op muziek.” De uitvoering met een professionele soliste was een succes. De Oude Ursulakerk was vol en de ovatie staand! (grapje)

We besloten door te gaan en op zeker moment naar Bergen te verhuizen. Redenen: beter bereikbaar; kunstenaarsdorp … dus meer leden, vooral strijkers? We zijn er in geen geval op achteruit gegaan!

Zo zijn we inmiddels 5 jaar verder. Als je terugkijkt, is er veel gebeurd:

  • circa 25 leden zijn vertrokken, nieuwe gekomen; het orkest bestaat nu uit 22 leden. Er zijn nog maar weinigen van het eerste uur: Arno, Mathijs, Yvonne bijna, en ik
  • vanaf de oprichting is er een tekort aan violisten (ook altisten) en bassisten. Helaas verandert dat niet! (En ik maar denken dat strijkers alleen verboden zijn rond de jaarwisseling?)
  • we hebben prachtige stukken gerepeteerd en uitgevoerd. Ik doe een greep: de 31e symfonie en de door Arno bewerkte delen van de Gran Partita van Mozart, de Suite Masque et Bergamasque van Fauré en het 3e pianoconcert van Beethoven met de medewerking van de enthousiaste pianist Ruud Luttikhuizen.
  • we hebben meegewerkt aan jubileumconcerten van koren te Krommenie, Dirkshorn en Enkhuizen en aan kerst- en paasvieringen te Warmenhuizen.

Na afloop van zo’n uitvoering had ik vaak een goed gevoel, zo in de trant van: “Dat hebben wij als eenvoudige amateurtjes toch maar weer even gefikst!” Enige vertwijfeling overviel me toen het koor te Krommenie prompt na het jubileumconcert werd opgeheven. Dat had echter niets met onze medewerking te maken; het pianoconcert met Ruud was een groot succes.

Ik heb ook wel eens aan stoppen gedacht als er weer leden, meestal na een concert, afscheid namen. Wat moedeloos dan toch maar weer een oproep in de kranten geplaatst. Meestal met 1 à 2 reacties als resultaat; bijvoorbeeld van een saxofonist of van iemand met een electronisch orgel, terwijl er strijkers gevraagd werden! In de put zittend, althans enigszins, dacht ik dan wel eens: “Laten we maar ophouden. ‘t Is leuk geweest, maar ‘t wordt toch niks!” Maar, o wonder… Iedere keer herrees het orkest als een feniks uit zijn as (en ik uit mijn sombere bui), nieuwe leden erbij, het enthousiasme terug en… daar ging die weer!

Dat we na 5 jaar met z’n tweeëntwintigen tegenover u zitten, is voornamelijk de verdienste van Arno, onze dirigent. De sfeer die hij weet op te roepen, houdt mensen vast. Onder zijn kundige en gedreven leiding wordt er serieus maar ontspannen gemusiceerd. Van de puntjes op de i… tot een spontane schaterlach of dolle pret. Zijn filosofie is, en ik kan me er helemaal in vinden: “Er mag best wel eens iets misgaan, als het enthousiasme en het plezier in het spelen maar op de toehoorders overkomt.” Aan uw applaus merken we straks wel of dat ons is gelukt. We vormen een gezellige groep. En dan denk ik aan de meestal te lange pauzes; aan de barbecue-avond bij iemand thuis vlak voor de zomervakantie; aan de repetities bij Douwe thuis en aan deze middag en ons feest na afloop, spontaan georganiseerd door een aantal leden.

U heeft van die gezelligheid vast al iets gemerkt deze middag. Bovendien: wat is het toch uniek, zo’n gemeleerd gezelschap!

Kortom: alle reden om dit lustrum te vieren met deze uitvoering en straks, in kleine kring met de leden en hun partners.

Helaas zullen we onze oudste violiste Neeltje Groet (83) uit Sint Maarten moeten missen vanwege haar gezondheid. Zij was er ook al 4 jaar bij en altijd was ze trouw aanwezig. We hadden het haar graag gegund deze dag mee te maken.

Ik spreek de hoop uit u in 2004 hier of elders bij een concert weer te mogen toespreken. Dat betekent dat het orkest er nog is en 10 jaar bestaat. Voorts hoop ik dat dan niemand meer zeurt en leurt om violisten en bassisten, als u begrijpt wat ik bedoel! Dus, hup, dames en heren, gauw les nemen, dan lukt het over 5 jaar zeker. Jullie, mede-orkestleden (incl. Arno), roep ik op om met hetzelfde enthousiasme door te zetten en er samen voor te zorgen dat we het 10-jarig bestaan in nog groter verband uitbundig kunnen vieren. (We hebben er tenslotte al 5 jaar opzitten??) Maar… houdt het gezellig!

Ik bedank iedereen die de afgelopen jaren op welke manier dan ook haar of zijn medewerking heeft verleend, zodat we deze mijlpaal hebben kunnen bereiken.

Tenslotte wil ik graag eindigen met een variatie op het volgende citaat, afkomstig van Voltaire: “Poëzie is de muziek der ziel, vooral voor grote en gevoelige zielen.”

Mijn variant hierop luidt, en die geldt voor jullie allen: “Voor grote en gevoelige zielen is vooral de muziek de poëzie der ziel.”

Warmenhuizen

6 maart 1999

Bert Aten