Met trillende handen en knikkende knieën pakte ze haar viool op. Haar zo geliefde instrument leek veranderd in een wild, woest bokkend paard, geen land mee te bezeilen, geen noot mee te spelen. Het moest, het moest!…ze wilde dit zo graag! Maar, wat voor plezier haal je uit bevende vingers en klotsende oksels?

Twijfelend keek ze het kleine groepje toeschouwers aan. Wat zouden ze nu wel niet van haar denken? Nou zou ze eindelijk eens iets van haar vioolspel laten horen, kwam er nog geen noot uit. Was ze echt zo’n prutser? In haar kamer had ze nergens last van, op concerten voor onbekenden ook niet. Wat was het toch, dat die oh zo bekende ogen, haar hoofd op hol brachten, haar muziek blokkeerde? Het antwoord kwam in de vorm van een jonge, doch wijze vrouw die opdoemde in haar gedachten. Zij legde uit dat de grootste criticus in onszelf zit en dat die vooral naar voren komt bij degene van wie we houden, voor wie we echt ons best doen. Vervolgende pakte de vrouw een weegschaal. Aan de ene kant vroeg ze het meisje de ergst mogelijke uitkomst van een privéconcert te leggen, aan de andere kant de kans dat dit uit zou komen. Zouden mensen haar echt gaan uitlachen als ze per ongeluk een wat valsere noot speelde? Of zouden ze het al fantastisch vinden dat ze dit voor haar familie probeerde, haar aanmoedigen en zelfs om meer vragen?
Na letterlijk wikken en wegen, zette het meisje haar viool toch onder haar kin, vertrouwend op haar opgebouwde ervaring. Een uur later, terwijl de laatste noot nog natrilde, galmde er een applaus door de kamer. En hoewel alles zeker niet perfect verliep, wat het meisje zo trots op zichzelf dat deze ervaring naar meer smaakte. En hoe vaker ze het deed, hoe beter het ging en ze besefte dat, hoewel de viool nog wat wild, ze in ieder geval het belangrijkste had getemd. Gewoon proberen, gewoon doen had haar eigen, angstige criticus de mond gesnoerd.

Als “beginner”, zoals ik, maar wellicht ook als gevorderde speler herken je wellicht het duivelse dilemma dat hierboven is beschreven. Ik ben Gitta Bleijendaal is 27 jaar en speel nu vier jaar viool, waarvan een half jaar bij het Bergens Symfonie Orkest (BSO). Wat het BSO voor mij zo bijzonder maakt, is de geweldige sfeer. Iedereen support elkaar, lacht met elkaar en stoeit samen op de lastige stukken. De energie is altijd hoog en wordt aangejaagd door spontaniteit en helderheid van de dirigent. Het prettige aan dit alles? Een goede dynamiek met elkaar, zorgt voor dynamische muziek en daar houd ik van!